No. 008

De voorzienbaarheid van overheidsingrijpen na afschaffing melkquotum


mr. Jacoline Kroon, advocaat

A&S advocaten

De voorzienbaarheid van overheidsingrijpen
na afschaffing melkquotum

Het Gesprek met Jacoline Kroon, A&S Advocaten

Curriculum vitae

Jacoline Kroon

Agrarisch Recht (mest, betalingsrechten en andere subsidies, pacht en productierechten), bestuursrecht (ruimtelijke ordening) en algemeen burgerlijk recht. Jacoline Kroon studeerde veeteelt aan de Wageningen University. Na een korte loopbaan in het agrarisch praktijkonderzoek koos zij voor een rechtenstudie. Haar kennis op beide studievlakken combineerde zij in eerste instantie bij een groot agrarisch accountantskantoor. Sinds 2006 werkt Jacoline bij A&S Advocaten.

Hete juridische hangijzers in nieuw stelsel fosfaatrechten melkveehouderij

In 2018 is in de melkveehouderij het nieuwe stelsel van fosfaatrechten in werking getreden. De toekenning van deze rechten loopt niet zonder slag of stoot. Dit is vooral te wijten aan de vele uitzonderingsposities die er zijn, maar de wet niet in voorziet. Ook tussen melkveehouders onderling wrijft het, bijvoorbeeld doordat een agrarisch bedrijf jongvee tijdelijk elders heeft geplaatst en daarvoor nu geen rechten krijgt. De fosfaatrechten zijn schaars, de prijzen hoog, circa € 10.000 per koe. Het financieel belang van bedrijven is daardoor hoog en veel principieel juridische vragen zijn (nog lang) niet opgelost.


Historie
In het verleden had Nederland een melkquotum. Melkveehouders mochten niet meer melk produceren dan het quotum waarover zij beschikten. Deden zij dat wel, dan moesten zij superheffing betalen. Dit melkquotum zorgde er indirect voor dat de mestproductie in de Nederlandse melkveehouderij min of meer gelijk bleef. Dat was ook nodig, want in het kader van Europese regels mocht de fosfaatproductie (fosfaat is een onderdeel van mest) van melkvee, varkens en pluimvee niet boven een bepaald plafond uit komen.


Het was al jaren bekend dat het melkquotum per 1 april 2015 zou vervallen. Voor een heel aantal melkveehouders was dit aanleiding om hun bedrijf uit te breiden, bijvoorbeeld met de bouw van een nieuwe stal. Toen de fosfaatproductie in de melkveehouderij toenam, heeft de regering diverse wettelijke maatregelen genomen om dit tegen te gaan. Desondanks bleef de fosfaatproductie stijgen. Op 2 juli 2015 heeft de toenmalig staatssecretaris van Economische Zaken een stelsel van fosfaatrechten aangekondigd.


Melkveehouders zouden alleen fosfaat met melkvee mogen produceren als zij ook beschikten over fosfaatrechten.

Fosfaatreductieplan 2017

Dit stelsel van fosfaatrechten zou ingaan per 1 januari 2017. Omdat er meer fosfaatrechten zouden komen dan het Europese plafond toestond, ging dit toen niet door. Anders zouden verhandelbare vermogensrechten worden toegekend voor een onrechtmatige situatie. Dat was verboden staatssteun. In plaats daarvan heeft in 2017 de Regeling fosfaatreductieplan 2017 gegolden. Alle melkveehouders moesten met hun aantallen dieren terug naar het aantal dat zij op 2 juli 2015 hielden minus 12 % en niet-grondgebonden bedrijven nog eens 4% daaronder. Voor bedrijven die op 2 juli 2015 juist een stal aan het bouwen waren, pakte deze maatregel zeer nadelig uit. Zij waren grote financiële verplichtingen aangegaan, maar konden hun nieuwe stal niet volledig benutten. Financieel kon dat niet uit. Een heel aantal melkveehouders is toen een kort geding gestart. Daarover gaat het interview, dat ook in deze nieuwsbrief is opgenomen. De eerste groep melkveehouders verloor het spoedappel, voor de tweede groep loopt het appel nog.


Fosfaatrechten vanaf 2018

Met ingang van 1 januari 2018 is het stelsel van fosfaatrechten wel in werking getreden. Melkveehouders mogen niet meer fosfaat met melkvee produceren dan het productieniveau op 2 juli 2015. Doen zij dat wel, dan volgen aanzienlijke boetes. Er is een kleine regeling voor knelgevallen, bijvoorbeeld ingeval een melkveehouder door ziekte van het vee toen minder dieren hield.


Hete juridische hangijzers
Het komende jaar zijn er nog een heel aantal hete juridische hangijzers die vragen om een rechterlijk oordeel. Een van de belangrijkste is die voor bedrijven die op 2 juli 2015 onomkeerbare investeringsverplichtingen waren aangegaan voor uitbreiding (bijvoorbeeld voor de bouw van een stal), maar deze nog niet hadden gerealiseerd. Voor deze uitbreiding krijgen zij in principe geen fosfaatrechten. Fosfaatrechten kopen is een zeer grote investering van ca € 10.000 per koe, wat velen niet zomaar kunnen betalen. Een heel nieuwe stal kan zo maar deels worden benut.


Door niet-toekenning van fosfaatrechten is volgens deze bedrijven sprake van onrechtmatige regulering van hun eigendom ex artikel 1 Eerste Protocol bij het EVRM. De Staat houdt tot nog toe voet bij stuk door geen rechten toe te kennen. Een heel aantal melkveehouders dreigt failliet te. Bij pacht speelt de vraag of bij het einde van de pacht de fosfaatrechten, die met de pachtgrond zijn verkregen, terug moeten naar de verpachter. Bij melkquotum was dat wel het geval, waarbij de pachter de helft van de waarde kreeg. Een laatste voorbeeld is de situatie dat een melkveehouder tijdelijk jongvee bij een derde heeft ondergebracht. Omdat deze derde destijds de dieren op naam had staan, krijgt hij rechten toegekend, ook al was hij niet de eigenaar van de dieren. De melkveehouders willen de fosfaatrechten van deze derde terug, omdat tenaamstelling van dieren op 2 juli 2015 niets zou zeggen over wie rechthebbende is van de rechten. Stuk voor stuk zijn het interessante juridische vragen waarbij de financiële belangen enorm zijn. De agrarische wereld kijkt hals reikend uit naar een rechterlijk oordeel.